Kerststal 2018

Kind ons geboren

Dit jaar hebben we gekozen voor het thema “Kind ons geboren”. Het is een citaat uit het boek Jesaja (Jes.9,5), waarin het erover gaat dat “Een kind ons wordt geboren, een zoon ons gegeven. De heerschappij rust op zijn schouders; men noemt hem: Wonder van beleid, Sterke God, Vader voor eeuwig, Vredevorst.” Uit het boek Jesaja zijn nog veel meer citaten te halen, die ons bekend in de oren klinken. Hiervan zijn er twee: “Een os kent zijn eigenaar, een ezel de krib van zijn meester.” (Jes.1,3) en “Zie, de jonge vrouw is zwanger en zal een zoon ter wereld brengen en gij zult hem de naam Immanuel (=God met ons) geven. Boter en honing zal hij eten.” (Jes.7,14). Deze citaten zijn toegepast op de geboorte van Jezus.

Een kind is kwetsbaar, het verdient zorg, aandacht en oprechte liefde. Dat is wel nodig in deze tijd van gruwelijke misbruikverhalen. Bewust is gekozen voor “Kind ons geboren”; het kan gaan over een kind aan ons geboren, voor ons geboren, bij ons geboren, in ons geboren. Het is bovendien de titel van een lied uit het Klein Kerstoratorium van Huub Oosterhuis en Antoine Oomen.

We hebben dus voor het klassieke Kerstverhaal gekozen en dat aangevuld met twee bekende verhalen, één uit het Oude Testament en één uit het Nieuwe Testament. Eerst het verhaal uit het Oude Testament.

Mozes

Het begint met Abraham, zijn zoon Isaak en diens zoon Jakob. Jakob had twaalf zonen en één van hen, Jozef, kwam na veel omzwervingen in Egypte terecht, als onderkoning in dienst van de farao. Hij liet zijn vader, broers en de families overkomen naar Egypte en daar groeide dat (Joodse) volk dusdanig dat het uiteindelijk (na enkele eeuwen) een bedreiging vormde voor de farao en zijn volk. Het Joodse volk werd tot dwangarbeid gedwongen, tot slavernij, en bovendien gaf de farao aan vroedvrouwen de opdracht om Joodse jongetjes meteen na de geboorte te doden. Dat deden deze vroedvrouwen niet, met als smoes dat “bij de Joodse vrouwen de bevalling zo snel verliep dat zij (de vroedvrouwen) telkens te laat waren.” Vervolgens gaf de farao de opdracht om alle Joodse jongetjes na de geboorte in de Nijl te gooien, zodat ze zouden verdrinken. Dan wordt Mozes geboren. Zijn moeder neemt een rieten mandje dat met pek is dichtgesmeerd, legt Mozes daarin en zet het mandje in de Nijl. Dan komt daar de dochter van de farao in de Nijl om te baden, ziet het mandje en ontfermt zich over het kindje, dat ze meeneemt naar het koninklijk hof van haar vader. Er gebeurt nog veel meer, maar dat voert nu te ver. Net als bij Mozes werd ook het leven Jezus meteen na zijn geboorte bedreigd, nl. door Herodes. Deze zag in Jezus de bedreiging voor zijn koningschap. Jezus en zijn ouders vluchten dan naar Egypte; ook hier ligt een link met het verhaal over Mozes. Na de dood van Herodes keren Jezus en zijn ouders terug naar Nazareth. Hierop is een citaat van toepassing uit het boek van de profeet Hosea: “Uit Egypte heb ik mijn Zoon geroepen.” (Hosea 11,1). Mozes wordt uiteindelijk de redder van het Joodse volk uit de slavernij: het verhaal van de uittocht uit Egypte naar het Beloofde Land. Jezus wordt de redder uit de slavernij van de zonde. Het tafereel van Mozes in het rieten mandje staat in de Kerststal aan de linkerkant.

De doop van Jezus

Aan de rechterkant is een tafereel uitgebeeld uit het Nieuwe Testament: de doop van Jezus in de Jordaan. Toen Jezus dertig jaar oud was, trad hij in de openbaarheid en hij trok naar de plek aan de rivier de Jordaan waar zijn (achter)neef Johannes bezig was met mensen op te roepen zich te bekeren, zich af te keren van de slavernij van de zonde en zich ten teken daarvan te laten dopen. Ook Jezus liet zich dopen en vervolgens “daalde Gods Geest in de gedaante van een duif (symbool van vrede!!) op Jezus neer. En een stem uit de hemel sprak: Dit is mijn Zoon, mijn veelgeliefde, in wie Ik welbehagen heb.” (Mattheus 3, 17)

De Kerststal

In het midden van de Kerststal staat als gebruikelijk de stal of de geboortegrot met daarin de os en de ezel, Jozef en Maria, de kribbe, de schapen, de herders en daarbij ook de Wijzen uit het Oosten.

Verhaal van hoop

Al met al wordt de nadruk gelegd op het verhaal van redding uit de dood en van vrede. Het is een verhaal van hoop in onze dagen van wanhoop bij vluchtelingen, bij slachtoffers van misbruik, bij de slachtoffers van de oorlogen die ook in onze tijd woeden, bij slachtoffers van natuurrampen zoals op Sulawesi, bij verdriet in de eigen kring, bij onzekerheid over de toekomst van de parochie, etc. In de donkerste tijd van het jaar mag het Licht van Kerstmis ons tot hoop op een betere toekomst zijn.